(voor 4 personen)
- 4 reebiefstukjes van 180 gram
- 1 dl. Port
- 4 dl. Rode wijn
- 4 dl. Wild Fond
- 4 theelepels rode wijn azijn
- 2 kruidnagel
- 2 laurierblad
- 4jeneverbessen
- Enkele ijskoude klontjes boter (100 gram)
- 2 rozen (onbespoten)
- 4 takjes thijm
Bak de biefstukjes zonder peper en zout in half olie en half boter mooi bruin, houd het vlees mooi rood.
SausIn de pan waarin de biefstukjes zijn gebakken de port, rode wijn azijn en wildfond toevoegen met de kruidnagel het laurierblad en de jeneverbessen. Laat het geheel aan de kook komen en reduceer dit tot 1/3. Roer met een garde de ijskoude klontjes boter er beetje bij beetje doorheen zodat er een gladde lichtgebonden saus ontstaat. De saus mag nu niet meer koken, anders gaat deze schiften.
Garnering
Neem de onbespoten roos (bespoten rozen zijn niet eetbaar)
Dompel deze in lauwwarm water onder en haal deze er uit. Pel de roos blad voor blad en leg de blaadjes los naast elkaar op een theedoek. Besprenkel ze met wat jenever.
Leg de biefstukjes, die na het bakken zijn gezouten en gepeperd, op het bord. Schep een paar lepels van de saus om het vlees heen. Steek de takjes thijm in het vlees en garneer de rozenblaadjes (± 6 blaadjes p.p.)Lekker als garnituur bij dit gerecht is een aardappel-knolselderij puree.
Rustenberg John X Merriman 2003